Geschiedenis Corolla

De Toyota Corolla is een door Toyota geïntroduceerd in 1966 compacte auto en is de meest verkochte auto ter wereld. Door de jaren heen heeft de Corolla een imago opgebouwd van grote betrouwbaarheid en heeft hij meerdere malen een metamorfose ondergaan. Er zijn 10 generaties te herkennen, met behulp van de meldcode van de Corolla is de generatiebenaming af te leiden. In Nederland wordt gebruik gemaakt van de modellen E1 t/m E15, terwijl internationaal gebruik gemaakt wordt van E10 t/m E150.

De eerste generatie E1 (of E10)
De eerste generatie werd geïntroduceerd in 1966 als de opvolger van de Toyota Publica, in dit model lag een 1.1 liter benzine motor. In 1968 werd de motor vervangen door een sterkere 1.2 liter motor. De Corolla E1 was verkrijgbaar in een sedan-, coupé- en een stationwagonuitvoering.

De tweede generatie E2 (of E20)
In 1971 werd de tweede generatie van de Toyota Corolla geïntroduceerd. Ten opzichte van de eerste generatie was de tweede generatie groter en waren de vormen ronder. Naast de bestaande 1.2 liter motor werd de Corolla nu ook leverbaar met een 1.6 liter motor.

De derde generatie E3 – E5 (of E30 – E50)
De derde generatie werd leverbaar vanaf 1975, de verkoop van de tweede generatie liep ook nog enige jaren door. Van de Corolla E3 – E5 waren ook diverse uitvoeringen leverbaar, namelijk een 2-deurs en een 4-deurs sedan, een 2-deurs coupé en een stationwagon. Later in het tijdperk van de productie van de derde generatie van de Toyota Corolla kwam een liftbackversie op de markt, dit model werd aangeduid als de KE50.

De vierde generatie E7 (of E70)
In 1979 deed de vierde generatie Corolla zijn intrede. De basismotor in dit model was de nieuwe K4-motor met een cilinderinhoud van 1.3 liter. De sedan was zowel als 2- en als 4-deurs leverbaar, daarnaast was er een stationwagon leverbaar in een 3- en 5-deurs variant. Ook waren er een 3-deurs coupé en een 2-deurs liftback, welke in uiterlijk erg veel op elkaar leken. Van de coupé en de liftback (KE70) was naast de standaard uitvoering ook een uitvoering leverbaar met een 1.6 liter motor, al dan niet te combineren met een 5-versnellingsbak.

In 1982 onderging de E7 een facelift, de 1.6 liter motor werd ook leverbaar in de sedan uitvoering en daarnaast deed voor het eerst de dieselmotor haar intrede in de Corolla. Het was dezelfde 1.8 liter dieselmotor zoals deze al toegepast was in de Toyota Carina.

De vijfde generatie E8 (of E80)
Vanaf 1983 stond de vijfde generatie Corolla in de showroom te schitteren. In eerste instantie waren alleen een 4-deurs sedan, een 5-deurs liftback en een 2-deurs coupé (AE86) uitvoering verkrijgbaar. Een nieuwe stationwagon werd niet op de markt gebracht, de E7 werd door geproduceerd. In de vijfde generatie bestond het motorprogramma uit de 1.3 en de 1.6 liter benzinemotor en een 1.8 liter dieselmotor. De coupé uitvoering werd uitgerust met eens speciale 1.6 liter twincammotor met 16 kleppen (4AGE). Alle uitvoeringen van de E8 modellen, met uitzondering van de coupé uitvoering, waren voorwiel aangedreven. Voorgaande modellen waren allemaal achterwiel aangedreven.

In 1985 werd een 3-deurs hatchback uitvoering toegevoegd. In de jaren daarvoor werd er al een compacte hatchback verkocht door Toyota onder de naam Tercel. Omdat de speciale 1.6 liter twincammotor met 16 kleppen (4AGE) zo’n groot succes was heeft Volkswaren het motorblok gekopieerd voor in de Golf GTI.

De zesde generatie E9 (of E90)
De zesde generatie werd in Japan gebouwd in de periode van 1988 tot 1992 en was verkrijgbaar in verschillende modelvarianten. De redelijk eenvoudige, maar toch zeer hoogwaardige techniek van dit model zorgde ervoor dat ook de zesde generatie van Corolla werd gekenmerkt als zeer betrouwbaar. Hiermee had Toyota een naam hoog te houden. Voorzien van recente motortechniek, een handgeschakelde 5-of automatische 4-versnellingsbak en onafhankelijke McPhersons ophanging voor én achter maakten ook het weggedrag voor dagelijks gebruik prima in orde.

In 1990 heeft de E9 nog een kleine facelift ondergaan, waarbij de uiterlijke wijzigingen beperkt bleven tot een gewijzigde voorbumper en de invoering van het nieuwe bedrijfslogo. De motorisering werd echter grotendeels herzien door de introductie van de injectiemotor. De 1600cc 16V 4A-F motor met carburateur werd vervangen door de 4A-FE 1600cc 16V met een elektronisch geregeld injectiesysteem. Ook de 1300cc 12V 2E motor werd leverbaar met elektronische injectie.

In Nederland was de Hatchback veruit de populairste carrosserievorm, leverbaar als 3 of als 5-deurs. Gevolgd door de liftback (5-deurs) en de sedan (4-deurs, was ook als 4WD te bestellen). De wagon-versies (die ook als 4WD te bestellen waren) zijn in Nederland zeer weinig verkocht, wat ze dan ook redelijk zeldzaam maakt. Buiten Europa werd er ook nog een coupé-versie van de E9 uitgebracht (te weten SR5 en de GT-S), te bestellen in twee verschillende carrosserievormen, bekend als de Trueno en de Levin.

De motorisering bestond uit een 1.3 liter (motorcode 2E, later 2E-E) benzinemotor met 82 pk, een 1.6 liter (motorcode 4A-F of 4A-FE) benzinemotor met 105 pk, of een 1.8 liter diesel motor (motorcode 1C) met 64 pk. Van de Corolla hatchback en liftback zijn ook GTi versies beschikbaar geweest met een 1.6 liter benzinemotor (motorcode 4A-GE) met een vermogen van ongeveer 125 pk, het exacte aantal pk’s is afhankelijk van de aanwezigheid van een katalysator.

Op de Japanse markt is er nog een bijzonder krachtige versie van de coupé-modellen verschenen met de 1.6 liter benzinemotor, voorzien van een supercharger (motorcode 4A-GZE) waarvan de latere varianten tot maar liefst 170 pk leverden.

De verschillende uitrustingsniveaus van de Corolla werden omschreven met een lettercombinatie, welke achterop de auto weergegeven was. Na de facelift werd deze lettercombinatie voorzien van een i om aan te geven dat ze voorzien waren van een injectiemotor. Het instap model stond bekend als de XL(i), De wat luxere modellen gingen als GL(i) door het leven. De sportieve variant stond bekend als de GTi (Deze werd alleen maar met injectiemotor geleverd) De Nederlandse importeur Louwman introduceerde nog een versie tussen de XL(i) en de GTi in, de GTSi met het sportieve uiterlijk van de GTi en de techniek van de XL(i).
Uiteraard waren deze uitrustingsvormen nog uit te breiden naar wens van de klant met vele extra’s die nog op de optielijst stonden.

De zevende generatie E10 (of E100)
Deze generatie van de Toyota Corolla werd eind 1992 geïntroduceerd als opvolger van de Corolla E9 en werd gebouwd tot 1997. De carrosserie werd drastisch veranderd met veel vloeiende lijnen. Kenmerkend voor deze generatie, ten opzichte van de voorgaande Corolla’s, is de schuin aflopende achterruit, waardoor de auto groter lijkt.

Hoewel er een compleet nieuw platform was ontworpen, veranderde er op technisch gebied niet heel veel. Het motorenaanbod uit de vorige generatie werd iets doorontwikkeld, maar werd verder ongewijzigd overgenomen in de E10. Alleen de 4A-GE motor die in de E9-generatie nog de GTi versie had gemotoriseerd was niet meer leverbaar.

In 1995 heeft de Corolla E10 een kleine (voor Toyota gebruikelijk na twee jaar) facelift ondergaan. Hierbij werden er kleine aanpassingen gedaan aan onder andere de bumpers en de grille en enkele minieme wijzigingen in het interieur.

In Nederland en België was de hatchback veruit de populairste carrosserievorm, leverbaar als 3- of als 5-deurs. Daarnaast waren er nog een 4-deurs sedan, een 5-deurs stationwagon en een 5-deurs liftback leverbaar. De liftback was echter zo hoog geprijsd, dat voor hetzelfde geld ook een Toyota Carina aangeschaft kon worden. Van de liftback zijn daarom maar weinig exemplaren verkocht.

De motorisering bestond uit een 1.3 (motorcode 4E-FE) met 88 pk. Na de facelift in 1995 werd dit vermogen terug geschroefd naar 75 pk na diverse veranderingen aan de motor. De motor kreeg daardoor echter wel meer trekkracht bij lagere toeren, wat gunstiger was voor het brandstofverbruik. Ook de 1.6 liter (motorcode 4A-FE)benzinemotor was weer van de partij en na een kleine doorontwikkeling t.o.v. de vorige generatie was het vermogen gegroeid naar 114 pk. Tevens was er de 2.0 diesel die 72 pk leverde.

Op de Japanse markt is er nog een bijzonder krachtige versie van de hatchback en coupémodellen verschenen met de 1.6 liter benzinemotor (motorcode 4A-GE), welke was doorontwikkeld tot een hoogtoerige 20V-variant die tot 160pk kon leveren. Ook de 1.6 liter motor met supercharger (motorcode 4A-GZE) was in Japan nog leverbaar in de E10 met 175 pk. Op de Engelse, Franse en Amerikaanse markt was de Corolla ook leverbaar met een 1.8 liter benzinemotor.

De verschillende uitrustingsniveaus van de Corolla werden omschreven met een lettercombinatie, welke achterop de auto weergegeven was. Voor de instapmodellen werd daarop een uitzondering gemaakt, dit waren de “friend” en “spirit”. De volgende klasse was de XLi. De wat luxere modellen gingen als GXi door het leven. Voor Nederland introduceerde importeur Louwman een sportiever model, dat als GTSi door het leven ging. De GTSi was echter alleen uiterlijk afwijkend met side-skirts, spoilers en een sportinterieur. Motorisch moest hij het doen met de “gewone” 1.6 4AFE motor.

De achtste generatie E11 (of E110)
De achtste generatie zag het licht in 1997. Voor wat betreft de styling werd het roer helemaal omgegooid. Opvallend waren onder andere de grote ronde koplampen, het kleurige interieur, de grote achterlichten van de liftback en stationwagon en de naamgeving van de comfortklasses. Deze bestonden uit de Linea Sol, Linea Terra en Linea Luna. De hatchback was niet langer als 5-deurs verkrijgbaar, maar dat werd gecompenseerd door de liftback een stuk scherper te prijzen dan z’n voorganger.

Topmodel was de G6 (1.3 of 1.6 motor) welke onder andere was uitgerust met een zesversnellingsbak, centrale vergrendeling, meegespoten bumpers, speciale grille, mistlampen voor, gekleurde deurgrepen, flankbescherming, elektrisch bedienbare ramen voor, honingraat meters met rode wijzers, metalen pookknop en elektrisch bedienbare buitenspiegels in kleur. Technisch was de E11 niet erg vernieuwend. Veel onderdelen waren hetzelfde als in de E10, waaronder het volledige motorenprogramma. Dat veranderde bij de facelift die de E11 in 2000 onderging. Daarbij werd het volledige motorenprogramma vervangen. De nieuwe VVTi-benzinemotoren maakten hun debuut. Deze waren leverbaar in een 1.4- en 1.6 liter-variant. In 2001 kwam Toyota met een D4D-dieselmotor van 2.0 liter beschikbaar. Behalve de motoren werd ook het uiterlijk aangepast bij de facelift. Zo was gebleken dat de grote koplampen niet echt bij het grote publiek in de smaak te vielen en werden ze vervangen door een minder opvallende dubbele koplampen. Ook het interieur werd soberder.

Toen Carlos Sainz in 1998 met de Corolla WRC net niet het WRC kampioenschap won, besloot Toyota een speciale editie van de G6 uit te brengen, de G6R. Van de G6R zijn slechts 200 exemplaren geleverd in Nederland, 125 met airconditioning en 75 zonder. De G6R was alleen leverbaar in zwart metallic (Satin black). Het verschil met de normale G6 zijn de toepassing van in kleur gespoten G6 voorspoiler, side skirts, 195/55R15 banden, 15′ lichtmetalen velgen, schijfremmen rondom met ABS, stugger onderstel, aluminium motorkap en rode gordels.

De negende generatie E12 (of E120)
In 2002 kwam de negende generatie uit, dit was tevens de laatste generatie onder de modelnaam Corolla. Om zo goed mogelijk aan te sluiten op de Europese markt, is dit model in Frankrijk ontworpen. De liftbackversie verviel, in plaats daarvan werd de hatchback weer leverbaar als 5-deurs variant. Ook werd een MPV-variant geïntroduceerd, de Toyota Corolla Verso. De VVT-i-motoren uit de E11 kwamen ook weer terug in de E12, tezamen met de 2.0 liter-diesel, die desgewenst ook uitgebreid kon worden met intercooler. Voor de Verso was ook een 1.8 liter-benzinemotor leverbaar. Topmodel was de Corolla T-sport met de 1.8 liter VVTL-i motor uit de Toyota Celica.

De tiende generatie E15 (of E150)
De tiende generatie werd geïntroduceerd in 2007. De verschillen met de E12-generatie waren aanzienlijk. Zo kreeg de hatchbackversie een nieuwe naam: Toyota Auris. De sedanversie bleef Corolla heten. Er werd geen stationwagon meer in het programma opgenomen, als compensatie hiervoor werd de Toyota Avensis stationwagon leverbaar met een 1.6 liter-motor. De Corolla Verso werd ook vernieuwd en ging als apart model verder als Toyota Verso.

De nieuwste generatie Corolla was leverbaar met 1,6 liter-benzinemotoren en 1.4- en 2.0 liter-dieselmotoren. Per april 2009 was de Corolla ook leverbaar met een 100 pk sterke 1.3 liter-benzinemotor.

Omdat de markt voor sedans in Nederland traditioneel klein is, verlieten er maar erg weinig Corolla’s van de tiende generatie de showroom. In april 2010 werd de Corolla daarom in Nederland uit het verkoopprogramma gehaald. In andere landen waaronder België en de Verenigde Staten wordt de Corolla nog wel verkocht.

De lancering van Toyota Auris

De Toyota Auris is een compacte auto van Toyota. Hij werd in 2007 gelanceerd en is de opvolger van de Toyota Corolla. De naam ‘Auris’ is een afleiding van het Latijnse woord voor ‘goud’. Van de Auris is alleen een 3- en 5-deurs hatchbackversie verkrijgbaar. In 2013 is er samen met een geheel nieuw model Auris niet alleen de hatchback, maar ook een stationwagon op de markt gebracht.

Eerste generatie Auris
Voor het ontwerp van de eerste generatie Auris werd een radicaal andere volgorde gevolgd. Eerst werd het interieur ontworpen en de rest van de auto daar omheen, waar dat doorgaans andersom is. De Auris was aanvankelijk leverbaar met 1.4 en 1.6 liter VVT-ibenzinemotoren en 1.4, 2.0 en 2.2 liter D4D dieselmotor. In 2009 werd de 1.4 liter benzinemotor vervangen door een nieuwe 1.3l motor van 101 PK. Ook de dieselmotoren werden enigszins aangepast om ze zuiniger en milieuvriendelijker te maken en alle modellen werden standaard met een 6-versnellingsbak geleverd. De sportieve versie van de Auris was de GT180 die is uitgerust met de 2.2 liter D4D D-CAT dieselmotor en onder andere voorzien is van een verlaagd onderstel.

In 2010 onderging de Auris een facelift. De Auris werd uiterlijk licht gewijzigd. De opvallendste wijziging was het toevoegen van knipperlichten in de zijspiegels. De 2.2 liter dieselmotor moest het veld ruimen en daarmee ook de GT180. Ook werd een hybride versie van de Auris geïntroduceerd. Deze is uitgerust met dezelfde 1.8 liter benzinemotor die ook in de Toyota Prius zit. Om de hybride nog iets zuiniger te maken is de aerodynamica van de auto op sommige plaatsen aangepast. Zo heeft de hybride Auris een andere grill en staat hij iets lager op de wielen. De hybride Auris is alleen leverbaar als 5-deurs model.

Tweede generatie Auris
Eind 2012 werd de tweede generatie Auris gelanceerd. Het uiterlijk werd flink aangepast, het nieuwe familiegezicht van Toyota is goed zichtbaar. Ook in het interieur zijn er grote wijzigingen. De 2e generatie Auris was aanvankelijk alleen als 5-deurs hatchback te verkrijgen. Motoren die zijn toegepast in de tweede generatie zijn de 1.3 l. en 1.6 l. VVT-i motoren en 1.4 l. en 2.0 l. D4D-F dieselmotoren. Daarnaast is de Auris leverbaar als Hybride met een 1.8 l. benzinemotor. Vanaf juli 2013 is er ook een stationwagon leverbaar, die “Touring Sports” heet. Deze is leverbaar met dezelfde motoren als de hatchback en eveneens ook als hybride.